Marathon en Liefje
kind en scheiding

Gwen blogt

Scherven zonder geluk
0002-1.jpg

Ik denk niet dat er veel mensen zijn die er als kind al van droomde, om later als ze groot zijn een alleenstaande vader of moeder te worden. Ik in ieder geval niet. Ik wilde actrice worden of schrijfster. Maar ‘alleenstaand moeder ?! Nee, dat stond niet op mijn lijstje. Toch ben ik, tegen alle verwachtingen in, alle drie geworden. Omdat ik na de toneelschool voornamelijk met mijn carrière bezig was, en eerlijk gezegd ook niemand leuk genoeg vond om zwanger mee te worden, werd ik wat men noemt ‘een late moeder’. Pas na mijn veertigste ontmoette ik ‘de ware’, en kort daarop werd mijn dochter geboren. Op de valreep had ik alles wat m’n hartje begeerde. Een leuke man, een prachtig kind en een goed lopende carrière. Ik kon m’n geluk niet op, of wel? Zeker, want ook geluk kan op, is gebleken.

Na vijf jaar zijn we uit elkaar gegaan. En daar zat ik, verslagen en verdrietig over het opbreken van mijn gezin. En ook, al is het inmiddels lang geleden, zit daar soms nog verdriet. Want was het niet vooral ons kind dat ging scheiden? Letterlijk een vader en een moeder moeten verdelen. En hoe kon ik haar daar in helpen? Ik, die als ouder zelf even niet wist hoe nu dat veilige nest te zijn, als er één was gevlogen. Praten was lastig, voor ons allebei, want voordat ik er erg in had rolde er wel weer wat lelijks uit mijn mond, en mijn zesjarige wilde er al helemaal niet over hebben.

Kinderboekjes over ‘scheiden’ waren er toen niet zo veel, en wat er was vond ik confronterend en weinig subtiel met titels als: “ Tim heeft nu twee huizen” of “Een tandenborstel bij mama en bij papa”. Toch vond ik een paar oplossingen om het verwerkingsproces bij mijn dochter in gang te zetten. Als eerste liet ik haar maar eens een flink servies stuk smijten, en als tweede ben ik met haar gaan tekenen.Vooral dat porselein aan barrels luchtte haar behoorlijk op. Mijn dochter was boos. Dat voelde je aan alles, maar ze kon het niet kwijt. Op school vonden ze haar alleen maar “erg aanwezig”, “en of ze niet eens met iemand kon gaan praten”? Nou was praten wel het laatste waar dat kind zin in had. Bij elke poging tot iets van een gesprek sloten haar kaken zich als een oester.

Uiteindelijk ben ik naar de kringloop gegaan en heb een stapel oud servies gekocht. “Zo” zei ik tegen haar ” smijt die maar eens lekker tegen het muurtje in de tuin”. Ze keek me verbaasd aan. “ Ja, dat mag” vervolgde ik geruststellend “ nee, dat moet zelfs”. Nog steeds was daar grote twijfel, dus om het goede voorbeeld te geven heb ik éen van de borden gepakt en ‘beng’ tegen de muur stuk gegooid. Scherven zonder geluk, maar wel fijn. Daarna volgde mijn dochter aarzelend mijn voorbeeld. Bij elk bord werd ze enthousiaster en kwam er af en toe zelfs een kreet uit. Toen de doos met servies leeg was, zag ze er in ieder geval stukken beter uit.

Vanwege het buren gerucht, we waren net in een nieuwe buurt verhuisd, hebben we het bij deze ene keer gelaten. Daarna ben ik met haar gaan tekeningen en vertelde daar dan een verhaaltje bij. Hier is uiteindelijk ‘Marathon en Liefje’ uit ontstaan. Al tekenend en verhalen vertellend zijn we tot een mooi verwerkingsproces gekomen. Deze periode ligt inmiddels ver achter ons en hebben we een nieuw evenwicht. Maar ik gun iedereen hetzelfde. Wie weet kan Marathon en Liefje ook bij jullie een uitkomst bieden. Ik hoor het graag.

Gwendolyne Eckhaus
Eerst even ademhalen

Nadat we uit elkaar waren gegaan lukte het mij en mijn ex, die ik nu maar even Jaap zal noemen, maar niet om een beetje normaal tegen elkaar te doen. Om niets, escaleerde de meest simpele mededelingen, zoals het telefonisch doorgeven van een luizenprotocol op de school van onze dochter.

ik: “Hé, … met mij”

hij: ………….(stilte)

ik: Hallo….. Jaap?

hij: Ja.

ik: Waarom zeg je niks?

hij: Moet dat dan? Jij belt toch.

ik: …(zucht) okay.

Alles goed?

hij Ja

ik: Is het niet te laat?

hij: Hoezo?

ik Niks. … ligt Luna al in bed?

hij: Bel je daarom?

ik: Nee, natuurlijk niet

hij: Waarom vraag je het dan?

ik: Niks. Ik wou gewoon weten hoe het met haar is.

hij: Als er iets is, dan hoor je dat wel, ja. Snap je dat?!

ik: Jezus, doe niet zo moeilijk, man. Het was maar een vraag.

hij: Wat wil je?

ik: Godsamme, doe eens een keer een beetje normaal, man.

hij: ..Weet je, bel me maar als je minder hysterisch bent, ik heb hier nu geen zin in.

ik: Nou ja, zeg!! Ik ben helemaal niet hysterisch, je moet jezelf eens horen.

hij: Dag Gwen.

ik: Hé joh, doe even niet.

hij; Wat wil je nou? Waarom bel je steeds?

ik: Ik bel helemaal niet ‘steeds’, gek. Wat denk jij nou wel niet! Tsss…

ik heb echt wel wat beters te doen dan jou te bellen!

hij: Dat was het? Dag Gwen.

(jaap verbreken de verbinding)

ik: ….Jaap!…Jaap!! Godverdomme! Klootzak!!!

Uiteindelijk spraken we af dat we alleen de hoogst noodzakelijke contact momenten zouden hebben. De omgangsregeling lieten we vanaf de na-schoolse opvang lopen, zodat we geen gehannes bij de voordeur meer konden hebben. Een ideaal scenario voor de vrede zou je zeggen.

Klopt, alleen de frustratie bleef en ook de nodige telefoongesprekken. Want hoe vaak er wel niet iets vergeten was of nog doorgegeven moest worden, een partijtje, een clubje, gympak, luizen, huiswerk, knutselwerkje, schoolopdracht, inenting, regenpak en ga zo maar door. Binnen tien seconden escaleerde de boel dan weer. Je zou zeggen, dan neem je toch gewoon je telefoon niet op, maar dat ging dus niet. Stel dat er echt iets zou zijn? Bovendien was mijn celgeheugen sterker dan de ratio! Ik moest gewoon altijd opnemen, als een verslaafde.

Uiteindelijk vond ik een oplossing voor mijn gedrag. Ik veranderde zijn naam in mijn telefoon.

“Jaap” werd “Eerst even ademhalen”. En ‘Eerst even ademhalen’- liet mij de keuze om te bepalen of dit wel of geen goed moment was om de telefoon op te nemen.

‘Eerst even ademhalen”- heeft me een hoop frustratie bespaart, en onze dochter heel wat lelijke telefoon gesprekken tussen haar ouders. Want hoe klein ze ook zijn, ze horen alles.

“Eerst even ademhalen” ik kan het je van harte aanbevelen.

Laat het me weten als je deze ook gaat gebruiken, en hoe het je bevalt. Ik ben benieuwd.

Gwendolyne Eckhaus